Biologische landbouw
 

Op ons biologisch melkveebedrijf hebben we bewust gekozen voor een schone en duurzame vorm van landbouw.

Om dit te bereiken wordt er gewerkt zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Ook het preventief gebruik van geneesmiddelen is niet toegestaan.

Het is de bedoeling om de gehele mineralenkringloop sluitend te maken (geen verliezen), met als centraal punt de koe. De koe produceert melk, vlees en mest. Mest zorgt samen met klaver voor een goede grasproductie en de koe zet gras/klaver weer om in melk, vlees en mest.

 

Tussen half maart en begin september wordt er gras en klaver gezaaid. Het zaad wordt gelijktijdig gezaaid en het is de bedoeling dat er dan half gras en half klaver staat.

Klaver bindt stikstof uit de lucht en geeft dit af aan het gras. Zonder kunstmest wordt een productieniveau gehaald dat op ruim 80% van gangbaar geteeld gras ligt.
 
Eind oktober wordt er triticale gezaaid. Omdat het winter wordt (dagen korter en kouder) kiemt er bijna geen onkruid. De triticale kiemt wel en zorgt voor een groen gewas (dat lijkt op gras) in de winter.
 

In het voorjaar begint de triticale snel te groeien en geeft onkruid bijna geen kans.
 

Eind juni wordt het gewas geoogst als gehele plant silage (GPS). Als de GPS geoogst is wordt er weer gras/klaver ingezaaid.
 

Aanrijden van de kuil: alle lucht eruit voor een goede conservering.
 

In de biologische landbouw is het verplicht om in de zomer weidegang toe te passen.
 


In de ligbox ligt gehakseld stro, wat zorgt voor een betere mestkwaliteit en daardoor een beter bodemleven. Dit zorgt op zijn beurt voor een betere groei van de gewassen.